School voor Creatieve Filosofie

Saskia van der Werff-Filosoof Email:creaschoolnl@gmail.com

Start en eind hetzelfde, maar dan net anders

Hoe kom je tot iets nieuws? Dat kan op verschillende manieren. Het verhaal van Ruud (niet zijn echte naam) is exemplarisch voor hoe het nieuwe tot stand komt. Een prachtig, ingrijpend verhaal, dat ik tijdens mijn onderzoek naar de spagaat in de sociale werkvoorziening heb opgetekend.

‘Als kind heb ik gewoon op de lagere school gezeten. Dat was toen best ongebruikelijk, omdat de meeste kinderen in een rolstoel naar een speciale school gingen, de methylschool. Mijn ouders vonden het belangrijk dat ik zo lang mogelijk als kind thuis zou kunnen wonen. Pas op mijn 12de ging ik naar het internaat. Ik was hier de jongste, het broekie. De eerste paar jaar op het internaat leerde ik vooral hoe ik mezelf kon redden.  Op mijn 15de kwamen er veel leeftijdgenootjes bij. Die kwamen van de aparte school, waar mijn ouders mij niet naar toe hadden willen sturen. Pas toen begon de tijd van het leren van een vak. Ik was vrij in het kiezen voor wat ik leuk vond, maar ik had ook wel het gevoel dat ik erg een richting in werd gestuurd. Ik koos voor een administratieve richting. Er werd veel gepraat in praatgroepen en van leren kwam niet zoveel. Ik kan me nog goed herinneren hoe ik in die tijd werd gezien: “Ruud is een eigenwijs ventje, die denkt dat hij heel wat is” en dat gaf mij het gevoel dat ik eigenlijk niets waard was en niet voor mijn eigen mening mocht uitkomen.

Aan het einde van mijn opleiding moest ik stage gaan lopen. Ik kon terecht bij de Belastingdienst. Ik had het hier erg naar mijn zin. Na afloop van mijn stage was mijn opleiding beëindigd en ging ik terug naar huis. Gelukkig kon ik naar de Belastingdienst in de buurt overgeplaatst worden. Ik kon aan de slag onder de “Werk Verruimende maatregel”. Ondertussen zorgden de begeleiders van het internaat ervoor dat ik ingeschreven werd bij de sociale werkplaats uit mijn dorp. Ik wilde absoluut niet naar de sociale werkplaats. Ik had niet veel zin om elke ochtend te moeten wachten op de dikke lippen bus, die de kneusjes kwam ophalen. Toen het werk bij de Belastingdienst er na een half jaar opzat, had ik geen zin om thuis te blijven zitten. Ik ben toen toch maar ingegaan op het aanbod van de sociale werkplaats. En eigenlijk kreeg ik daar best een leuke baan. Ik werkte met een kleine ploeg mensen en ging de administratie doen voor een reisvereniging. Ik had het er erg naar mijn zin. In die tijd werkten er veel verschillende soorten mensen. Mensen als ik in een rolstoel, mensen die het in hun rug hadden, mensen die helemaal verknipt waren. Ik was erg blij met het werk op mijn afdeling, want er waren ook afdelingen waarvan ik dacht “Oh jee, als je daar tussen moet zitten voor de rest van je leven, verschrikkelijk”.

Toen de reisvereniging haar administratie bij ons weghaalde, moest er ander werk voor me gevonden worden. Het idee was dat ik wel brieven kon gaan inpakken. Toen ik voor het eerst kennis maakte met de bedrijfsleider van die afdeling, ontving hij mij niet echt hartelijk: “Jij komt uit dat kantoortje en nu ben je bij mij, ik zal je wel even een kopje kleiner maken”. Het was nog een heel gevecht om wat anders te krijgen. Gelukkig kreeg ik werk op de graveerafdeling. En ach, uiteindelijk ging het erom dat ik werk deed waar ik me prettig bij voelde. Ik kon het alleen niet zo vinden met mijn chef. Omdat de chef tegen zijn pensioen aan zat, zagen we hem meer niet dan wel, dus eigenlijk viel het wel mee. We werkten in een klein groepje en dat was erg prettig. In de periode dat ik op de graveerafdeling begon, moesten we ook verhuizen naar een groter pand, waarin allerlei kleinere vestigingen, zoals de onze werden samengevoegd. Ik vond dat het hierna minder gezellig werd, ik kende niet iedereen meer. De gezelligheid werd ook minder, omdat de regels strakker aangehaald werden. Een bel waarschuwde ons dat het einde van onze pauze was aangebroken en dat we weer aan het werk moesten gaan. Ik kende mijn begeleiders ook niet meer persoonlijk. Ik moest een afspraak maken zodat een begeleider in zijn agenda tijd voor mij kon vrijmaken.

Na verloop van tijd vroeg de assistent-werkleider of ik hem wilde helpen met zijn administratie. Ik had het idee dat hij mij dat vroeg, zodat hij dan minder werk zou hebben. Mijn chef vond het allang best. Toen ik dat werk een aantal jaren had gedaan, kreeg ik bezoek van iemand die mijn functie moest gaan waarderen. Toen hij mij vertelde wat ik kon gaan verdienen voor het werk wat ik deed, schrok ik behoorlijk. De functiewaardeerder vertelde me, dat als het me niet beviel, ik maar ergens anders moest gaan werken. Ik voelde wel aan dat de toekomst van de sociale werkvoorziening steeds onzekerder werd, mijn chef riep regelmatig dat hij de tent zou sluiten. Toen die vent weer zo raar deed, heb ik beslist me in te schrijven voor detachering. Dat was beter dan wachten tot mijn chef met pensioen zou gaan. Dan zou ik waarschijnlijk weer een andere chef krijgen, die een hamer in zijn hand kon houden en tot tien kon tellen. Om me voor te bereiden op detachering, kon ik een paar computercursussen gaan volgen. Dat was wel handig, want ik had de administratie van de reisvereniging altijd op de typemachine gedaan, ik wist niet zoveel van computers.

Het werk in het vrije bedrijf was een wereld van verschil. Ik werd gelijkwaardig behandeld, net als de rest. Dat was bij de sociale werkplaats wel anders. Daar was het verschil tussen de ambtenaren en de WSW-ers erg groot. Ik kon niet in aanmerking komen voor een PC privé project, ik werd niet uitgenodigd voor bedrijfsfeestjes, ik verdiende minder. Bij de graveerafdeling deed ik meer dan in mijn functiewaardering stond, waarvan mijn werkleider zei: “Dat doe je zelf”. Ik werd in mijn nieuwe werk wel gewaardeerd voor het extra dat ik deed. Dat werd mij verteld in het eerste beoordelingsgesprek dat ik kreeg. Het eerste beoordelinggesprek sinds ik op mijn 18de aan het werk was gegaan. In mijn nieuwe baan heb je geen verschil meer van “jij bent meer” of “jij bent van een andere bloedgroep”. Ik werd behandeld alsof ik van dezelfde bloedgroep was. Het was ook wel eens lastig, omdat er meer van me gevraagd werd. Ik voel me veel meer betrokken bij wat ik doe, omdat ik ook op de hoogte gehouden wordt. Bij de sociale werkplaats hadden we nooit werkoverleg of een personeelsblaadje, al mijn informatie haalde ik uit het landelijke blaadje over de SW.

Terugkijkend zie ik dat er aan het nemen van de beslissing van detacheren heel wat vooraf is gegaan. Ik was na vijftien jaar bij de sociale werkvoorziening toe aan een nieuwe uitdaging. Op een gegeven moment werd ik het gewoon zat, ik wilde niet meer afhankelijk zijn van mijn familie of een taxi. Ik wilde meer op eigen benen staan. Ik zie de dag dat ik mijn rijbewijs heb gehaald als een omslagpunt in mijn leven. Ik werd zelfstandiger, kreeg meer vrijheid, ik zag dat er meer te koop was in het leven. Het heeft zoveel met me gedaan, zodat ik er op een gegeven moment ook heel snel klaar voor was om buiten de sociale werkvoorziening iets te gaan doen.  Ik heb nu een boeiender leven dan voorheen. Toch geeft het werken in het vrije bedrijf me wel een dubbel gevoel, zeker als mensen in mijn omgeving blij voor me zijn. Ze zeggen: “Fijn dat je nu in het vrije bedrijf werkt, dan heb je met andere mensen te maken”, en dan denk ik waar heb je het over, bij de sociale werkvoorziening waren het toch ook echte mensen.. Ik weet niet wat er voor nodig is om mij als persoon te zien, om als gehandicapte gelijkwaardig behandeld te worden. En ook dat is weer heel dubbel. Ik heb nu een nieuwe rolstoel, en er zijn misschien maar twee mensen die het is opgevallen. Ik kan dan wel denken, “Tering, waarom zie je dat niet”, maar eigenlijk is toch ook weer een compliment, dat mensen dat niet zien. Ik denk dat het toch belangrijker is dat ze me zien als Ruud, als mens.’

Heel bijzonder aan het verhaal van Ruud vond ik dat hij met het halen van zijn rijbewijs zichzelf in een heel ander daglicht zag. Een andere manier van bewegen was voor Ruud heel bevrijdend. Hij gaf aan hoe hij leefde in een patroon van berusting en gelatenheid, ontwikkeld vroeg in zijn leven. Het heeft dit kunnen doorbreken met het kopen van een auto, waarmee hij meer zelfstandigheid en vrijheid heeft verworven. Ik zag de verandering in de soort wielen van de rolstoel naar de auto als heel symbolisch. Ruud is erg afhankelijk van wielen om te kunnen bewegen, ze zijn heel erg belangrijk voor hem maar beperken hem ook. Hij heeft niet kunnen berusten in de beperking van de wielen van een rolstoel. Omdat een drastische verandering heel erg moeilijk is,  is hij dicht bij zichzelf gebleven door de aard van de wielen aan te passen. In plaats van wielen van een rolstoel de wielen van een auto. Met de keuze voor een ander soort wielen heeft hij in zichzelf het patroon van berusting en afhankelijkheid kunnen doorbreken, waardoor hij meer ruimte kreeg ook andere dingen in zijn leven te veranderen. De betekenis voor Ruud van het rijbewijs en de autowielen waren vernieuwend voor een andere richting in zijn leven. Hij zag mogelijkheden voor zichzelf die hij voorheen niet zag, hij zag zichzelf anders. In het andere daglicht kwam de tegenstrijdigheid van Ruud als mens of Ruud als gehandicapte aan het oppervlak. Een nieuwe rolstoel viel niemand op, terwijl dat voor Ruud onlosmakelijk verbonden was aan zijn functioneren als mens. Ruud herkende het tegenstrijdige, maar zag tegelijkertijd het mooie ervan in. En volgens mij is dat een belangrijk element van een creatief denkpatroon. Met een nieuwe blik kijken naar dezelfde situatie geeft een heel andere betekenis. Ruud met een rijbewijs en een auto is een heel andere persoon dan Ruud met een rolstoel, maar tegelijkertijd is hij nog steeds dezelfde. Een creatieve ingeving gebeurt bedoeld en onbedoeld, aangezet door frustratie en inspiratie, met een ongekende uitkomst en met precies hetzelfde eindpunt als het startpunt. Maar dan net wat anders.

Uit:Werff, Oefening baart kunst;Over de spagaat in de sociale werkvoorziening (2005)

Advertenties

Over Saskia van der Werff

Filosoof, creatief denker, trainer, auteur

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 6 april 2017 door in Blog Saskia, Praktijkervaringen en getagd als , , , .

Over Saskia van der Werff


Filosoof Docent Schrijver

Volg School voor Creatieve Filosofie

Aantal bezoeken

  • 50,412 bezoeken
Advertenties

Publicaties

Filosofie&Praktijk Filosofisch Spel

Bewerker/Vertaler Afrikaanse filosofie

Mede redacteur en -auteur

Translate this site

Nieuwsbrief

Klik op het logo om u voor onze nieuwsberichten op te geven.

%d bloggers liken dit: