School voor Creatieve Filosofie

Saskia van der Werff-Filosoof Email:creaschoolnl@gmail.com

Ik heb een idee; impressie van een socratisch gesprek

Een socratisch gesprek is vaak confronterend, omdat het niet stopt bij het op tafel leggen van meningen. Een socratisch gesprek gaat verder, het is een onderzoek naar hoe die mening vorm heeft gekregen in de praktijk. Dan staat opeens naast je mening, ook je gedrag, je houding en je manier van leven op het spel. Dat dat best ongemakkelijk is, kwam ook in dit gesprek over tevredenheid naar voren. En dat niet alleen voor de gespreksdeelnemers…..

Na wat omzwervingen kwamen de deelnemers uit op de volgende te onderzoeken vraag: ‘Kan je tevredenheid zelf creëren?’ Het volgende voorbeeld bracht deze vraag naar voren:

Ik weet na jaren vriendschap goed wat ik aan mijn kameraad heb. Toch was ik niet zo tevreden over hoe we met elkaar spraken. Ik had behoefte aan een ander soort gesprek met mijn vriend. Toen ik hem mijn verlangen voorlegde met een ‘ik’ boodschap, merkte ik dat hij veranderde. Hij reageerde heel anders dan normaal. Het gesprek dat we daarna voerden was veel zachter van toon, veel liefdevoller. Na afloop was ik tevreden.

Na het stellen van verhelderingsvragen, verplaatsten de overige deelnemers zich in het voorbeeld. Vervolgens gaven de deelnemers antwoord op de vraag. Ze gaven zowel bevestigende als ontkennende antwoorden:

  • Ontkennend: omdat tevredenheid een gevoel is en gevoel ontstaat, kan je tevredenheid niet zelf creëren; als je de omstandigheden weet waaronder je eerder tevreden was, kan je de kans op tevredenheid wel vergroten
  • Bevestigend: als je persoonlijker wordt en je vertrouwen geeft, dan laat dat je tevreden achter; als je in de boodschap gelooft, dan werkt die ook

Als er dermate uiteenlopende antwoorden op tafel komen te liggen, is het mogelijk dat deelnemers van verschillende betekenissen over het te onderzoeken thema uitgaan.

Reflectie over praktijkervaringen: deelnemers komen met voorbeelden uit hun eigen levenspraktijk. In het zoeken van voorbeelden, speelt de onuitgesproken betekenis, die de deelnemer aan het thema toekent, op de achtergrond mee. Tijdens het vervolg van het gesprek is het van belang om verschillende betekenissen scherp te krijgen. De keuze voor een voorbeeld klopt altijd maar de achterliggende betekenis is niet altijd even helder. De onuitgesproken betekenis ligt soms op het puntje van de tong, en soms ligt die minder voor de hand.

We volgden de redenering van een van de deelnemers: als tevredenheid een gevoel is, en als je vindt dat gevoel ontstaat, dan is het niet mogelijk om tevredenheid te creëren. Deze redenering bevat ten minste twee aannames. De eerste aanname is dat tevredenheid een gevoel is en de tweede dat het ontstaan van gevoel buiten onze invloedssfeer valt. Kloppen deze aannames? En wat gebeurt er met de vraag als deze aannames juist zijn? In het meedenken met deze aannames is het te begrijpen dat het antwoord op de vraag ‘Kan je tevredenheid zelf creëren?’ ontkennend werd beantwoord. Toch kon de voorbeeldgever zich hier niet in vinden. De vraag bleef voor hem prangend en actueel. Speelde er een andere betekenis van tevredenheid bij de deelnemer een rol? Was er een nog onuitgesproken betekenis van tevredenheid?

Reflectie zijsporen: Tijdens een socratisch gesprek komen er allerlei zijsporen aan de orde. Het is van te voren niet te zeggen welk zijspoor van belang is voor het onderzoek en welk een doodlopende weg blijkt. Maar ook voor zijsporen geldt, dat ze niet zomaar opduiken. Er ligt een verband met het thema, maar waar ligt dat verband? Dat kan soms mijlenver weg zijn. Als er tijd voor is, dan is elk zijspoor de moeite van het onderzoeken waard. 

Tijdens het gesprek kwamen we op het zijspoor van geluk.  Geluk heeft te maken met iets wat je opeens overvalt, het zijn sporadische momenten in je leven. Het duurt niet al te lang. Dat is een belangrijk verschil met tevredenheid, dat komt veel vaker voor in je leven. Geluk gaat ook om belangrijke dingen in het leven. De wat vluchtigere dingen, de wat dagelijkser dingen stemmen je tevreden. Het kan langer duren dan geluk en is minder intens. Er is sprake van een verschil in gradatie en duur. Maar als ook geluk een gevoel is, dan lost dit zijspoor voor de voorbeeldgever niets op. Wat was er aan de hand?

Reflectie tevredenheid-geluk: Is tevredenheid ondergeschikt aan geluk? Zou het kunnen dat als je streeft naar meer en meer tevredenheid dat je op een gegeven moment in het geluk terecht komt? Ik denk niet dat dat het geval is. Tevredenheid en geluk zijn volgens mij van een andere categorie. Om dit helder te krijgen, bewandel ik het zijspoor van het onderscheid tussen behoefte en waarde. 

  • Behoeften:  Maslow maakt met zijn behoeftepiramide een onderscheid tussen biologische (honger, dorst, voedsel, veiligheid) en psychologische (ergens bijhoren, zelfverwerkelijking) behoeften. Niet vervulde behoeften gaan gepaard met gevoelens van een gemis naar zo’n biologisch of psychologisch gegeven. Als wij in staat zijn om te achterhalen, wat de feitelijke aard van het gemis is, dan zijn wij in staat om deze behoefte te vervullen. Zodra de behoefte is vervuld, verdwijnt het knagende gevoel en laat het ons voor dat moment tevreden achter. Totdat het gemis naar enige behoefte weer van zich doet voelen.
  • Waarden: behoren als morele categorie tot het domein van de ethiek. Het kan zowel verwijzen naar een fundamentele kwaliteit van een ding/mens, die we als positief beoordelen, als naar idealen, die we (gezamenlijk of individueel) nastreven. Voorbeelden van waarden zijn vrijheid, respect, integriteit, rechtvaardigheid, geluk. Verlangen naar dat ideaal geeft richting en zin aan ons handelen. 

De verwarring ontstaat, als wij niet in staat zijn om gemis vanuit een behoefte te onderscheiden van verlangen vanuit een waarde. Het gebrekkige onderscheid kan ervoor zorgen dat we een verwijzing naar ‘het goede gevoel’ als morele rechtvaardiging voor ons handelen accepteren. Dat je jezelf voorziet in je behoeften (een rustig leven) en dat je dit een goed gevoel geeft, betekent echter nog niet dat het ook juist is om te doen (verantwoordelijk zijn).  En andersom, dat een slecht gevoel (bedreigd worden) je mag weerhouden het juiste te doen (waarheidspreken). Hoe legitiem ook, behoeften kunnen niet in de plaats komen van nastrevenswaardige doelen en kunnen niet dienen als rechtvaardiging voor schadelijk gedrag. Die positie komt toe aan waarden. 

De voorbeeldgever vond de vraag ‘Kan je tevredenheid zelf creëren?’ nog steeds belangwekkend. Zou het kunnen dat de behoefte en het gevoel van ontevredenheid, waarmee hij het gesprek met zijn kameraad begon,  anders waren dan de behoefte en het gevoel van tevredenheid na afloop van het gesprek met zijn kameraad? En dat dit verschil voor hem niet helder was? Of was het zo dat er sprake was van een andere betekenis van tevredenheid, die nog onuitgesproken was? Of verwarde hij behoeften en waarden met elkaar? En zo je, welke dan? Ik, als gespreksleider, had dit veronderstelde onderscheid tussen behoeften en waarden als idee in mijn hoofd en bevroeg de voorbeeldgever hierop. Dit was voor hem ongemakkelijk en onaangenaam; het bracht hem tot de volgende opmerking: ‘Dit gesprek laat mij ontevreden achter. Het wekt bij mij de indruk dat jij een idee in jouw hoofd aan mij wilt opdringen, zonder dat je duidelijk maakt welk idee je hebt en waarom dat belangrijk voor het onderzoek is.’

Reflectie ‘ik heb een idee’: de voorbeeldgever verwijst met zijn opmerking naar een veel voorkomende valkuil bij (socratische) dialogen, namelijk het onvermogen om je oordeel op te schorten. Vanuit mijn verlangen om bij te dragen aan het onderzoek, stapte ik met beide benen in deze valkuil. Ik veronachtzaamde dat ik er als filosoof niet zozeer zat voor de inhoud van het gesprek als wel om het proces van het gesprek. Welke fundamentele regels lapte ik hierbij aan mijn laars?

  1. Respect hebben voor mensen, ze laten uitpraten en instemming vragen voor de in het onderzoek te zetten stappen
  2. Onderzoeken welke denkbeelden de ander heeft in plaats van mijn denkbeelden als uitgangspunt te nemen
  3. Als groep bijdragen aan het denkproces door met elkaar mee te denken in plaats van voor anderen voor te denken

We rondden het gesprek af met de vraag: Zoals je hier nu zit, ben je tevreden of ontevreden over het gesprek? Sommige deelnemers gaven uiting aan hun tevredenheid, andere aan hun ontevredenheid. Deze actualisatie van het thema bracht op de valreep een verrassende verdieping aan in het gesprek.

Reflectie op het gesprek: En mij? Mij liet dit gesprek niet alleen ontevreden maar ook zeer ongemakkelijk achter.  Dit ongemak zette mij aan tot denken over mijn eigen handelen als gespreksleider. Ik realiseer mij dat mijn verlangen naar waarheid en mijn behoefte naar erkenning van mijn ideeën niet eenvoudig met de rol van gespreksleider te combineren zijn. En toch blijf ik op zoek naar de grens tussen afstandelijk en betrokken zijn. Het zou zomaar kunnen dat die niet in de ideeën ligt.

 

Advertenties

Over Saskia van der Werff

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 1 april 2015 door in Praktijkervaringen en getagd als , , , , , .

Publicaties

Filosofie&Praktijk Filosofisch Spel

Bewerker/Vertaler Afrikaanse filosofie

Mede redacteur en -auteur

Nieuwsbrief

Klik op het logo om u voor onze nieuwsbrief op te geven

%d bloggers liken dit: